woensdag 9 december 2009

Social Software en onderwijs - deel 3

Op woensdag 25 november hebben we met het ICTO-team een rondetafel gesprek gevoerd met @hansmestrum over de meerwaarde van Social Software voor het onderwijs. Lees hier een aantal tweets van deelnemers aan het gesprek: interessante sessie, mooie inhoudelijke discussie, "zeker inspirerend. Een vervolg is wat mij betreft wenselijk", "de sessie met Hans was erg interessant. Een vervolg zou zeker leuk zijn denk ik [...] doorpraten over web 2.0 voor de docent en hoe wij als ICTO team docenten hierin kunnen ondersteunen". Kortom, de sessie smaakt naar meer en we gaan hier in 2010 een vervolg aan geven.

Om te beginnen publiceer ik hier een verkorte weergave van het gesprek, met dank aan @esthervdlinde voor het maken van het verslag. Het verslag bevat nog veel onbeantwoorde vragen, maar dat is in deze fase alleen maar waardevol. Gezien de lengte van tekst heb ik een deel van de tekst in een tweede blogbijdrage verwerkt.
Welk effect heeft social software op de nieuwe professional?

Hans introduceert de discussie over deze vraag door aan te geven dat niet social software de mens stuurt, maar de mensen veranderen en daarom ontstaat er social software, er is vraag naar. Op zijn website heeft Hans staat een mindmap van de nieuwe professional, waarin volgende aspecten naar voren komen:

  • Wordt arbeidsgever ipv werknemer

  • Heeft veel ruimte nodig

  • Is zelfbewust, wil zichzelf zijn, heeft een grote eigenwaarde, kent zijn eigen talenten

  • Maar kent ook zijn verantwoordelijkheden

  • Wil niet gebonden zijn, ziet het niet als een recht om ergens de rest van leven te kunnen werken

  • Is voor een gelijkwaardige relatie tussen werknemers en werkgevers

  • Bouwt een netwerk op

  • Zal sneller als zelfstandig aan de slag gaan en klussen doen bij verschillende bedrijven

  • Wordt niet bepaald door een leeftijd maar door een bepaalde mentaliteit

Onze context is het onderwijs, dus vragen we ons het volgende af:
Hoe leer je een nieuwe professional te zijn?
Voor ons is het een ontwikkelingstraject maar voor jongeren is het veel meer vanzelfsprekend om op deze manier te werken. Maar uit onderzoek blijkt dat het puberbrein niet veel anders is, ze hebben nog dezelfde basisbehoeftes als vroeger. Is er wel echt een verschil? De basisbehoeftes zijn hetzelfde maar uit onderzoek blijkt dat het brein toch echt anders is. Jongeren kunnen beter informatie filteren dan wij. Het zelfvertrouwen is nu ook veel groter bij jongeren. Je hebt in deze tijd meer de kans om jezelf neer te zetten als individu, je kan al jong laten zien wat je waard bent.
De omgeving is tegenwoordig, door alle technologische mogelijkheden geschikt om ander gedrag te tonen. Je kan meer je eigen keuzes maken, je bent dus minder voorspelbaar en minder makkelijk in een hokje te stoppen. Dat wordt ook geaccepteerd. Vroeger bepaalde vaak waar je vandaan kwam en het milieu wat je leuk vond en deed, nu kan je je aansluiten bij de zwerm die het beste bij je past (en deze ook weer verlaten en je ergens anders bij aansluiten.).
We zijn individualistischer maar het gaat wel om ik in relatie met de anderen, niet om isolatie.
We gaan van een stoplichtentijdperk naar een rotondetijdperk. In het rotondetijdperk is alles minder strict georganiseerd en toch loopt alles vlotjes. Maar we moeten ons realiseren dat we nu in een overgangsfase zitten.

In alle beroepsvelden krijg je te maken met een nieuw soort clienten. Mensen zijn mondiger en beter geïnformeerd. Er wordt van je verwacht dat je samenwerkt met de client, niet dat je bepaald wat er gaat gebeuren. Dit geldt dus ook voor het onderwijs.

Dit betekent dus ook dat de studenten andere competenties moeten leren. De belangrijkste is mediawijsheid. Jouw online presence bepaalt jouw beeld. Als je foto’s van jezelf dronken op een feestje op hyves plaatst dan kan dat tegen je werken als je gaat solliciteren.

Dit nieuwe tijdperk biedt ook meer mogelijkheden voor ontwikkelingslanden en mensen die altijd minder mogelijkheden hadden. Door open source producten kunnen mensen/landen die geen dure producten kunnen betalen toegang krijgen tot technologie. Maar hiervoor moeten mensen wel toegang tot internet hebben. Mensen en landen met beperkte toegang tot internet zullen achterop raken. Ook is steeds meer onderwijsmateriaal gratis online bechikbaar. Iedereen kan het lesmateriaal van MIT inzien. Kennis moet stromen, dus waarom zou je het afschermen, je moet juist delen, dan kan je ook makkelijker kennis gaan stapelen en zal de totale hoeveelheid kennis alleen maar toenemen.
Dit is deel 1 van de tekst, lees hier deel 2.

maandag 23 november 2009

Social software en onderwijs - deel 2


In mijn vorige blog meldde ik al dat we woensdag 23 november a.s. een gesprek met Hans Mestrum hebben georganiseerd om van gedachten te wisselen over Social Software. Vanmiddag hebben we met de adviseurs de ingezonden vragen bekeken en op basis van de lijst (en de discussie) besloten om het gesprek te richten op 'social software en onderwijs'. De vraag wat het voor ons team zou kunnen betekenen, komt hiermee te vervallen.

De vragen die we woensdag aan Hans stellen zijn:
1. welk effect heeft social software op de toekomstige Hbo-professional?
2. aan welke voorwaarden moet de inzet van social software in het onderwijs voldoen willen studenten (en docenten) het omarmen?
3. wat is didactisch gezien de meest waardevolle social software?
4. wanneer moet je social software gebruiken en wanneer standaard applicaties, en vooral hoe gebruik je social software in combinatie met elkaar en met f2f?
5. hoe gaan we om met veiligheid en social software (juridische plichten, bewaarbeleid, privacy): hoe hiermee om te gaan? Wie is er verantwoordelijk als dingen via Hyves 'op straat komen te liggen' of per ongeluk 'verdwijnen' (zoals eerder met gmail gebeurde)?

Van de bijeenkomst maken we een verslag, dat o.a. via deze blog beschikbaar zal komen. De output van het gesprek gebruiken we om te bepalen wat wij als team in termen van dienstverlening willen aanbieden op dit terrein.

vrijdag 20 november 2009

Social software en onderwijs


Volgende week hebben we met ons ICTO-team een bijeenkomst met collega Hans Mestrum.
In een ronde tafel gesprek van 1 uur gaan we samen met Hans de volgende twee onderwerpen verkennen:
- Hoe kunnen we social software inzetten binnen ons eigen ICTO-team?
- Hoe kunnen we social software inzetten in het onderwijs?

Om het gesprek een beetje op gang te brengen hebben we een rondje gemaakt onder de teamleden. Uit dit rondje is op dit moment de volgende input gekomen:

Vraag 1: Is het verstandig om 'wiki' in te zetten voor het schrijven van gebruikershandleidingen van applicaties ?
Vraag 2: Welke mogelijkheden bieden social software/web 2.0 toepassingen m.b.t. de inzet van video in het onderwijs?
Vraag 3: Is integratie met (of opnames plaatsen op) de HAN-onderwijsapplicaties (HAN-scholar, DPF, QMP) mogelijk?
Vraag 4: Aan welke criteria moeten web 2.0-toepassingen als leermiddel gezien voldoen om te worden geaccepteerd/omarmd door studenten?
Vraag 5: Welke toepassing is het sterkst voor welk gebruik (maw waar zit voor elke toepassing de meeste didactische meerwaarde)? (wiki, weblog, chat, twitter), delicious)
Vraag 6: Wanneer social software gebruiken en wanneer standaard applicaties, en vooral hoe ze in combinatie met elkaar en met f2f te gebruiken?
Vraag 7: Veiligheid en social software (juridische plichten, bewaarbeleid, privacy): hoe hiermee om te gaan? Wie is er verantwoordelijk als dingen via Hyves 'op straat komen te liggen' of per ongeluk 'verdwijnen' (zoals eerder met gmail gebeurde)?
Vraag 8: Welke onderzoeken zijn er naar gebruik van social software door jongeren (en nog specifieker: gebruik in educatieve settings) en wat zijn de resultaten?


Daarnaast is er wat achtergrondmateriaal beschikbaar op het terrein van social software en onderwijs, namelijk:
Wilfred Rubens: presentatie social softwar en leren
Web 2.0 als leermiddel

Ik zal via deze weblog over onze vorderingen rapporteren (status: 23/11 10:41 vier vragen toegevoegd)

donderdag 12 november 2009

Samen slim leren? - de eerste dag

Het thema van de (Surf) onderwijsdagen was dit jaar: Samen Slim Leren. Met een record van meer dan 900 bezoekers in twee dagen, is Surf in samenwerking met er in samenwerking met Kennisnet wederom in geslaagd een mooi programma te presenteren. Op slideshare zijn alle presentaties terug te vinden. In deze blog sta ik stil bij mijn persoonlijke programma.

Net op tijd arriveerde ik in de zaal voor de openingsspeech van Liebrand in samenwerking met minister Plasterk als avatar. Een leuk vondst die avatar. De opening werd gevolgd door de keynote van Richard Baraniuk uit Houston over Open Education. Hij pleit o.a. voor persoonlijke boeken, aangezien ieder kind verschillend is. Een ander interessant punt vond ik zijn opmerking over het 'peer-review-systeem'. In zijn ogen staat dit op instorten en zijn toepassingen als delicious hiervoor een oplossing.

Voor de eerste sessieronde koos ik voor de sessie 'Kijk mam - zonder wachtwoord!' door Joost van Dijk van SURFnet. Hij hield een presentatie over Open ID en de federatie. Hij vertelde o.a. dat een groot nadeel van het werken met Open ID is dat je daar kunt liegen bij het opgeven van je ID. Als je gebruik maakt van een federatie (bv. die van Surf) is dit niet het geval. Dan geeft de hogeschool aan dat je daadwerkelijk de betreffende student bent.

Na een snelle zaalwisseling sloot ik me aan in de rij voor zaal 718, waar twee medewerkers van de TU Eindhoven een presentatie gaven over de DLWO van de TUe.
Deze DLWO - Digitale Leer- WerkOmgeving stelt de gebruiker centraal. De presentatoren Joost Timmermans en Thieu Mennen vertelden open en eerlijk over hun plannen en geleerde lessen rond de realisatie van de nieuwe DLWO. In de afgelopen weken was ik hun plaatjes al op het web tegengekomen. Aangezien we binnen de HAN druk aan het denken zijn over een studentenportal, sprak het verhaal me erg aan. Zaken die mij in het verhaal erg aanspraken waren:
  • Processen houden zich niet aan systeemgrenzen
  • Fase dlwo 1 is single logon
  • Helder Plaatje applicatie architectuur tue dlwo met sharepoint als GUI, biztalk etc
  • Overgang naar dlwo betekent keuzes uit verleden ter discussie te stellen, eerst GUI dan technisch nabouwen
  • Briljante uitwerking van de dlwo bij TUe doordat ze uitgaan van processen ipv applicaties
  • Doe geen nieuwe dingen
  • Eerst beheerorganisatie op orde dan pas beginnen met ontwikkelen dlwo
Na de lunch stond de verdiepingssessie over Virtual Action Learning van Jos Baeten en Robert-Jan Simons en Karin Valke van Citowoz op mijn programma. De zaal bleek uitverkocht en ondanks dat ik het verhaal natuurlijk al ken, was het wederom een waardevolle sessie (met veel bekenden :-)). De workshop had als titel: Meer van elkaar dan van de docent leren en het merendeel van de aanwezigen moest na de reflectie concluderen dat dit het geval was geweest. Zie ook de bijdrage van Wilfred Rubens over deze workshop, die zelf als voorzitter optrad.

Na de verdiepingssessie werden alle deelnemers verzocht snel naar de grote zaal te gaan voor de afsluitende keynote van de eerste dag door Marc Lammers, coach van het nederlands dameshockeyteam. Hij hield een aansprekende presentatie met mooie beelden en uitspraken. Met name zijn focus op de dingen waar je goed in bent (en daar beter in worden) sprak me aan.

Tijdens de afsluitende borrel nog wat bijgepraat en gepoked. De eerste dag bestond wat mij betreft uit een veelzijdig en interessant programma. Door mijn keuze voor de verdiepingssessie heb ik twee sessies gemist, die ik anders wel bij had willen wonen, namelijk:
  • Augmented Reality: Toegevoegde waarde voor onderwijs? door Arno Coenders (Kennisnet)
  • DLWO functionaliteiten door Gerdien Jansen (Vrije Universiteit Amsterdam), Ronald Ham (SURFfoundation) en Nico Juist (Hogeschool INHolland)

maandag 9 november 2009

Onderzoek naar inzet Sharepoint in Hoger Onderwijs


Vandaag las ik een artikel waarin onderzoek gedaan is naar de inzet van Sharepoint in Hoger Onderwijs instellingen in de UK. Het is een zogenaamde Literature Review. Bij gebrek aan veel peer-reviewed materiaal (omdat Sharepoint nog zo nieuw is) heeft men vooral gebruik gemaakt van materiaal dat op websites van de onderwijsinstellingen is gepubliceerd en via Google op het web toegankelijk is. Het artikel bevat ook verwijzingen naar voorbeelden uit de US en Nederland (waaronder TU Twente en Universiteit Utrecht).
Het artikel geeft een duidelijk en herkenbaar overzicht van de diverse toepassingsmogelijkheden van Sharepoint. De volgende toepassingen worden onderscheiden:
  • document management en team samenwerking

  • ondersteuning lesgeven en leren

  • ondersteuning onderzoeksteams

  • studentenadministratie

  • sociale software

  • workflow en procesverbetering

  • business intelligence

  • instituutsportal, intranet, externe website
Binnen de HAN gebruiken we Sharepoint op verschillende manieren. Het artikel geeft per toepassing voorbeelden weer uit de UK, maar ook uit Nederland. Het artikel eindigt met de conclusie dat er verder onderzoek gedaan moet worden naar de implementatie van Sharepoint in het hoger onderwijs. Met name door de snelheid waarmee Sharepoint een plek heeft gekregen in de HO-instellingen, maakt dat er tot op heden weinig is geschreven over de voors en tegens.
Gezien de snelheid waarmee Microsoft de nieuwe versies op elkaar laat volgen, ben ik bang dat we ook de komende jaren te weinig tijd zullen hebben voor het schrijven van (peerreviewed) artikelen op dit terrein. Voor we het weten zijn we te druk met het migreren naar nieuwe versies en vergeten we stil te staan bij de ervaringen in de praktijk. We moeten niet vergeten om te onderzoeken in hoeverre onze oorspronkelijke doelen met de implementatie van Sharepoint zijn gerealiseerd.

vrijdag 6 november 2009

HANovatie themadag 2009: tijd voor toetsing

Voordat de HAN mijn werkgever werd, was ik o.a. werkzaam als consultant bij het adviesbureau Citowoz. Door een niet geheel toevallige samenloop van omstandigheden kwam ik als externe consultant bij de HAN terecht om mee te denken over het beleid op het gebied van E-Learning. In die tijd (rond 2002) heb ik het idee geintroduceerd om binnen de HAN een website te starten waarop we kennis konden delen rond het thema Onderwijs en ICT. De naam van de site 'HANovatie' was daarmee geboren. Inmiddels zijn we ruim zes jaar verder en vond vandaag de zesde HANovatie themadag plaats. Ook deze keer georganiseerd door het ICT en Onderwijs team van de afdeling SCO (Service Centrum Onderwijs) van de HAN.

Het thema vandaag was 'tijd voor toetsing' en dat leverde een reeks aan interessante workshops op. De dag had Gert-Jan Sinke als keynote-speaker, gevolgd door een debat met een panel en publiek. Ik mocht vandaag als debatleider optreden. Het debat leverde veel activiteit op en was een mooie opwarmer voor de workshops die daarna volgden. In de eerste workshopronde mochten Niels Maes (collega) en ikzelf weer een keer ons verhaal over Virtual Action Learning vertellen. Deze keer vanuit het perspectief van beoordelen. Na een tweede workshopronde was het tijd voor de uitreiking van de jaarlijkse HAN-Scholar-prijs. Deze prijs wordt sinds drie jaar uitgereikt aan de beste site in HAN-Scholar. Van de uitreiking heb ik een opname gemaakt:


De prijs werd uitgereikt door de voorzitter van de jury, René Tönissen en ging deze keer naar de site van Opleidingskunde.

Er is veel beeldmateriaal beschikbaar van de HANovatiethemadag. Een aantal verwijzingen:

Ik vind persoonlijk de hanovatie themadag elk jaar weer een hoogtepunt. De organisatie verloopt soepel, de sfeer is prettig, informeel en open. De deelnemers zijn stuk voor stuk bereid om van elkaar te leren. De combinatie van interne en externe deelnemers en sprekers geeft de dag een extra dimensie en gelukkig waren dit jaar ook veel docenten aanwezig. Al met al een geslaagd concept, waar ik met veel plezier elk jaar mijn bijdrage aan lever.

donderdag 15 oktober 2009

De nieuwe digitale kloof: mediageletterdheid

Gisteravond heb ik de 10e Frank Stötelerlezing bij Pabo Arnhem (HAN) bijgewoond. Frank opende zelf de bijeenkomst met een aansprekende lezing waarin hij terugblikte op de inhoud van de eerdere lezingen en op basis van door hem opgedane kennis en ervaringen in het onderwijs aangaf wat een goede leerkracht en goed onderwijs betekenen in de 21ste eeuw. Deze keynote werd gevolgd door een keuzeprogramma, waaruit ik het onderwerp Onderwijs en ICT koos.
Marijke Kral stond in haar workshop stil bij het verleden, heden en toekomst van Onderwijs en ICT in het primair onderwijs (met uitstapjes naar middelbaar en hoger). In haar presentatie maakte ze een onderverdeling in drie perioden van vijf jaar, 1995-2000 (focus op de spullen (hard- en software), 2000-2005 (focus op de docent), 2005-2009 (focus op de leerling). De tekst van haar presentatie verschijnt binnenkort samen met de andere bijdragen in een boekje dat ter ere van de 10e en laatste lezing uitgegeven wordt.
Aangezien ikzelf ook sinds 15 jaar betrokken ben bij Onderwijs en ICT, waren de onderdelen van de terugblik bekend, maar Marijke presenteerde het verhaal op een toegankelijke manier. Mijn aandacht werd in het bijzonder getrokken door de volgende slide: http://twitgoo.com/43mae. Marijke vertelde over de nieuwe digitale kloof: multimediale geletterdheid. Ik ben bekend met het pleidooi voor 'informatie-geletterdheid' of de noodzaak voor het aanleren van informatievaardigheden. Maar de insteek van Marijke sprak me meer aan. Er stonden nog meer interessante begrippen op dezelfde slide: conversationele kennis, weten = verbonden zijn en een verwijzing naar George Siemens, Knowing Knowledge.
De genoemde begrippen zijn niet nieuw. Ik heb echter het idee, dat ze steeds actueler worden. De noodzaak van het vaardig om kunnen gaan met de diverse (digitale) media dringt steeds meer door in ons leven en dus ook in onze scholen. De kern van het verhaal draait om het idee dat het steeds belangrijker wordt dat we onze kinderen leren, dat je anderen nodig hebt om te leren. Leren is meer een sociaal proces, waarbij je alleen kunt leren als je onderdeel uitmaakt van een netwerk. Iedere deelnemer bezit stukjes van de puzzel en moet dus in staat zijn om deze te delen. Willen we dat onze leerlingen zich deze vaardigheden eigenmaken, dan moet je als docent een beeld hebben van het medialandschap waar je leerlingen/studenten onderdeel van uitmaken en bij voorkeur hier zelf ook in participeren (en bijdragen).
Marijke sloot haar presentatie af met de vraag hoe we dit in het onderwijs gaan realiseren. Op deze vraag is helaas geen eenvoudig antwoord te geven. We hebben in het verleden eerst de computers het klaslokaal in gebracht en daarna de docenten gestimuleerd met grassroots-projecten, maar het gebruik van ICT in het onderwijs blijft nog altijd zeer beperkt. Ik vestig mijn hoop op de leerlingen zelf, maar ook op de toekomstige docenten. Maar dat betekent dat ik mijn hoop dus vestig op onze huidige studenten van de educatieve faculteit. Zou het dan nog 15 jaar duren?