Posts tonen met het label onderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderzoek. Alle posts tonen

woensdag 21 juli 2010

Verrijkte publicaties


Nu ik zelf op het punt sta om te starten met mijn promotieonderzoek, raak ik meer geinteresseerd in de relatie tussen ICT en Onderzoek. In het HBO krijgt Onderzoek een steeds belangrijkere rol, dus het wordt tijd dat we ook nadenken over wat ICT hierin zou kunnen betekenen. Ook vertegenwoordig ik sinds twee maanden de HAN als contactpersoon in het platform ICT en Onderzoek van Surf.

Het terrein van ICT en Onderzoek is voor mij nog relatief onbekend. 1 van de ontwikkelingen die me aanspreekt is die van de 'verrijkte publicatie'. Deze ontwikkeling is een typisch voorbeeld van toegevoegde waarde van ICT. Door het gebruik van ICT is het mogelijk om een verrijkte publicatie te maken.

Wat is een verrijkte publicatie?
Een verrijkte publicatie bestaat uit een publicatie, meestal in de vorm van tekst, verrijkt met extra materialen. Een publicatie kan een artikel in een tijdschrift, een proefschrift, rapport, notitie of een hoofdstuk uit een boek zijn. Voorwaarde is dat het over (wetenschappelijk) onderzoek gaat en een interpretatie of analyse bevat van primaire data of een afgeleide daarvan. Het begeleidende materiaal kan bijvoorbeeld bestaan uit onderzoeksdata, beeldmateriaal ter illustratie, metadatasets en post-publicatie data zoals commentaren en ranking gegevens. Door de veranderende post-publicatie data is het mogelijk dat een verrijkte publicatie zich blijft doorontwikkelen in de tijd. Bron: Surffoundation.
.
Naast een flyer heeft SURF een serie korte films gemaakt over Verrijkte Publicaties. In de films wordt duidelijk gemaakt wat Verrijkte Publicaties zijn en welke meerwaarde deze nieuwe techniek biedt voor onderzoekers. De films zijn gebaseerd op de ervaringen die zijn opgedaan in vijf innovatieprojecten van SURFfoundation, uitgevoerd binnen het SURFshare-programma in 2009.

De focus van deze ontwikkelingen ligt nog veel op het WO. Het zou interessant zijn om te verkennen wat de mogelijkheden voor het HBO zijn.

Een andere interessante ontwikkeling op het gebied van Onderzoek & ICT zijn de zogenaamde collaboraties. Een collaboratory is een elektronisch, webgebaseerd samenwerkingsverband waarmee onderzoekers vanuit verschillende instellingen en locaties kunnen samenwerken en elkaars kennis en faciliteiten delen. Op die manier kan (inter)nationaal onderzoek worden verrijkt en versneld.

Dit klinkt mij niet zo spannend in de oren, maar het lijkt me zeker de moeite waard om te verkennen hoe anders de wensen van onderzoekers zijn ten opzichte van die van docenten. In een volgende blogbijdrage ga ik hier verder op in.

maandag 9 november 2009

Onderzoek naar inzet Sharepoint in Hoger Onderwijs


Vandaag las ik een artikel waarin onderzoek gedaan is naar de inzet van Sharepoint in Hoger Onderwijs instellingen in de UK. Het is een zogenaamde Literature Review. Bij gebrek aan veel peer-reviewed materiaal (omdat Sharepoint nog zo nieuw is) heeft men vooral gebruik gemaakt van materiaal dat op websites van de onderwijsinstellingen is gepubliceerd en via Google op het web toegankelijk is. Het artikel bevat ook verwijzingen naar voorbeelden uit de US en Nederland (waaronder TU Twente en Universiteit Utrecht).
Het artikel geeft een duidelijk en herkenbaar overzicht van de diverse toepassingsmogelijkheden van Sharepoint. De volgende toepassingen worden onderscheiden:
  • document management en team samenwerking

  • ondersteuning lesgeven en leren

  • ondersteuning onderzoeksteams

  • studentenadministratie

  • sociale software

  • workflow en procesverbetering

  • business intelligence

  • instituutsportal, intranet, externe website
Binnen de HAN gebruiken we Sharepoint op verschillende manieren. Het artikel geeft per toepassing voorbeelden weer uit de UK, maar ook uit Nederland. Het artikel eindigt met de conclusie dat er verder onderzoek gedaan moet worden naar de implementatie van Sharepoint in het hoger onderwijs. Met name door de snelheid waarmee Sharepoint een plek heeft gekregen in de HO-instellingen, maakt dat er tot op heden weinig is geschreven over de voors en tegens.
Gezien de snelheid waarmee Microsoft de nieuwe versies op elkaar laat volgen, ben ik bang dat we ook de komende jaren te weinig tijd zullen hebben voor het schrijven van (peerreviewed) artikelen op dit terrein. Voor we het weten zijn we te druk met het migreren naar nieuwe versies en vergeten we stil te staan bij de ervaringen in de praktijk. We moeten niet vergeten om te onderzoeken in hoeverre onze oorspronkelijke doelen met de implementatie van Sharepoint zijn gerealiseerd.

maandag 7 september 2009

Welk onderwijs werkt?

Als mensen aan mij vragen waarom ik Virtual Action Learning (VAL) een aansprekend onderwijsconcept vind, dan is mijn standaardantwoord: omdat het werkt. Maar waar baseer ik deze wijsheid op? o.a. de discussie rond het korten van de subsidies van een aantal basisscholen door staatssecretaris Dijksma en de recente blogs van Wilfred Rubens over de meerwaarde van online leren boven face to face leren, maakt een 'oude' vraag weer actueel: welk onderwijs werkt. Het antwoord op deze vraag is wat mij betreft ook relevant gezien mijn serieuze plannen om onderzoek te doen naar de meerwaarde van onderwijs.

De blog van Rubens verwijst naar een kritische blog van Nicolas Carr waarin hij reageert op diverse bloggers die met de resultaten van het amerikaanse onderzoek (waarin beweerd wordt dat online leren beter werkt dan leren in het klaslokaal) in de hand pleiten voor het sluiten van de scholen. Rubens sluit zich bij de opvattingen van Carr aan. En ik moet bekennen dat ik het er ook mee eens ben.

Ik werk sinds 1994 op het gebied van Onderwijs en ICT en sindsdien voeren we een strijd om ICT een serieuze plek in het onderwijs te geven. Natuurlijk hebben we in deze strijd behoefte aan bewijzen dat online leren meerwaarde heeft. De genoemde onderzoeksresultaten hebben vanzelfsprekend hun bijdrage aan de beleidsvorming. Maar we moeten wel kritisch blijven naar de resultaten en de wijze waarop deze verkregen zijn, voordat we met de conclusies aan de haal gaan.

Terecht verwijst Rubens in zijn eerdere blog naar de vragen die je kunt stellen bij het doen van onderzoek naar de 'effectiviteit van onderwijs' met evidence based research:
"De complexiteit en m.i. onuitvoerbaarheid van evidence based onderzoek naar onderwijs wordt geïllustreerd door Paul Kirschner in het hoofdstuk "Evidence based onderwijs: waar gaat het nou over?" in http://www.sardes.nl/simple/download.php?fileId=764. Ik ben het vaak niet met Kirschner eens, maar op dit (en ook wel anderen) wel. Met name de methodologische problemen, die Kirschner beschrijft maken dat ik zeer sceptisch sta ten opzichte van pleidooien voor evidence-based onderzoek"

Ik heb de bijdrage van Kirschner gelezen en sluit me aan bij zijn kritische opmerkingen. Het onderwijs is gelukkig op dit punt niet vergelijkbaar met de gezondheidzorg en onderwijs zonder context bestaat volgens mij niet. Is dit dan een reden om geen onderzoek meer te doen naar de effectiviteit van onderwijs? Naar mijn mening is dit niet het geval. Het is in het belang van de verbetering van het onderwijs, dat er meer wetenschappelijke bewijzen komen of bepaalde onderwijsmodellen werken. Hoe, wanneer en door wie? Daar heb ik op dit moment nog geen antwoord op, maar ik blijf de ontwikkelingen (kritisch) volgen. En op termijn zal ook ik proberen een gefundeerd antwoord te vinden op de vraag: welk onderwijs werkt?